In 2000 schreef Paul Scheffer in De Volkskrant zijn befaamde essay: het multiculturele drama. Het staat op internet en is eenvoudig terug te vinden met Google. Een verademing om het terug te lezen. En ook beangstigd. De alarmerende boodschap van Scheffer heeft niet tot een kentering in het denken van de progressieve mainstream geleid, integendeel. Scheffer schrijft:

`Van der Ploeg wilde culturele instellingen die niet voldoende aan etniciteit doen een strafkorting opleggen. Dat is nu omgezet in een eveneens absurde bonus op de begroting van de instellingen, die bewijzen van multiculturaliteit kunnen overleggen. Lees verder in de cultuurnota en huiver: ,,In het licht van de ontwikkeling van Nederland als multiculturele samenleving behoeft het kwaliteitsbegrip dat wordt gehanteerd bij het beoordelen van aanvragen, aanpassing.” De ene fijne zin rolt over de andere: gesproken wordt over de ,,verrijking van andere culturen” en ,,de bevordering van diversiteit”. In de vier grote steden wordt ,,een initiator en verkenner voor culturele diversiteit” aangesteld, een soort van keuringsdienst voor minderheden. Ondertussen omschrijft Van der Ploeg zichzelf als `internationalist’ en hekelt zijn critici als `protectionisten’. Maar wie speelt er hier nu eigenlijk voor beschermheilige?´

Heden

Het is inmiddels feit geworden, dat ons land zich in ras tempo voortbeweegt in de richting die Van der Ploeg hier voorstaat. Zo is aandacht voor diversiteit en inclusie een absolute toewijzingsgrond van de Raad van Cultuur voor subsidieverlening aan culturele instellingen zoals musea, theaters en orkesten.  De voorzitter van de Raad van Cultuur, Marijke van Hees, zei hier vorig jaar over: “Heel wat organisaties geven aan dat ze diversiteit belangrijk vinden, maar het is vaak weinig concreet hoe ze dat criterium gaan aanpakken. Verschillende genres en regio’s bieden ook andere mogelijkheden om die diversiteit vorm te geven.” Het voortbestaan van je instelling zal er maar vanaf hangen. Het moet voor afgewezen aanvragers onverteerbaar zijn, dat je tegengeworpen krijgt dat je niet concreet genoeg bent, terwijl de norm zelf uit een abstract en onwerkbaar begrip bestaat.

Rembrandthuis

Neem het Rembrandthuis, dat al sinds jaar en dag -de naam zegt het al- de schilderijen van één van de grootste kunstenaars aller tijden en één van de iconen van de Nederlandse cultuurgeschiedenis tentoonstelt. Dat is in Nederland niet genoeg voor subsidie. Daarom staat de volgende alinea in het ondernemingsplan van het Rembrandthuis:

Een jonger en cultureel divers publiek bereiken we, naast met een goed passend inhoudelijk aanbod, via aansprekende events, zowel in het museum als daarbuiten. Eind 2019 zijn we gestart met events onder de naam RembrandtLIVE – luchtige, maar inhoudelijke talks met een bekende gast. De eerste edities behandelden de thema’s ‘vrouwen’ en ‘zwart in Amsterdam’ (in samenwerking met The Black Archives). De tijd, het werk en het leven van Rembrandt zijn hierbij als uitgangspunt genomen om te reflecteren op actuele maatschappelijke issues. De komende jaren zullen we telkens een Amsterdamse samenwerkingspartner betrekken. Mochten vanwege de coronamaatregelen nog steeds beperkingen gelden, dan zullen we de events zoveel mogelijk livestreamen.

Passende inhoud

Pijnlijk vergezocht voor een museum, dat wereldberoemde schilderijen tentoonstelt. Ronduit zorgelijk is de zinssnede dat het inhoudelijke aanbod passend wordt gemaakt. Alleen in een onvrije samenleving voelt een overheid de noodzaak om zich te bemoeien met de inhoud van kunst. In 1937 werd door de nazi´s alle ontaarde kunst, Entartete Kunst, uit de Duitse musea verwijderd. Dit was volgens hen nodig, omdat de joden door middel van de kunsten onder andere het raciale bewustzijn, de politieke macht en de militaire weerbaarheid, maar bovenal de morele kracht van het Duitse volk te ondermijnen. In 1928 kondigde Stalin het eerste vijfjarenplan af, waaraan ook het culturele leven moest bijdragen. Kunstenaars werden gelijkgesteld aan arbeiders, en dat moest zich ook weerspiegelen in de kunst. Er werd een nieuwe methode afgekondigd die gold als de verplichte en enig toegestane methode voor kunst en literatuur: het “socialistisch realisme“. De kunst en literatuur werden helemaal afgesteld op de arbeiders: ze moest “de werkelijkheid weerspiegelen in haar revolutionaire ontwikkeling”.

Het denken beïnvloeden

Natuurlijk zijn deze voorbeelden op veel punten onvergelijkbaar met de huidige Nederlandse situatie maar op twee wezenlijke punten is er wel degelijk een opvallende gelijkenis aan te wijzen. In de eerste plaats mag het voor een ieder een punt van zorg zijn, dat een wettelijk adviesorgaan van Cultuur in dezelfde stuip schiet als deze totalitaire regimes om het denken van burgers via de financiële stimulering van politiek-correcte cultuuruitingen een gewenste richting in te loodsen. Daarnaast valt de normatieve abstractie van de voorwaarden op: ontaarde kunst, arbeiderskunst, diverse en inclusieve kunst. Je kunt er alle kanten mee op. De juridische bescherming tegen een willekeurige overheid is gereduceerd tot een lege huls, omdat de rechter geen duidelijke norm heeft waaraan hij of zij het besluit kan toetsen. Deze onzekerheid versterkt de overlevingsdrang van de kunstenaars: zij zullen aan de veilige kant gaan zitten en hun eigen expressievrijheid verder begrenzen dan noodzakelijk.

Het aanbod verschraalt tot politiek-correcte eenheidsworst. In haar rol van aanjager van expressievrijheid  en autonoom en kritisch denken is de kunst uitgespeeld. Kunstmakers en -minners zijn het slachtoffer, de machthebbers en hun volgers de winnaar. Hoe kun je dit anders uitleggen dan een rechtstreekse ondermijning van onze vrije samenleving, hoe integer of verheffend de achterliggende intenties en doelstellingen van de machthebbers ook mogen aanvoelen? En als het beleid van de Raad van Cultuur nu een buitenplaats zou zijn. Maar dat is het niet.

Onderwijs

Ook binnen het onderwijs wil de overheid aanpassingen afdwingen via subsidieverlening met aandacht voor diversiteit en inclusie als harde voorwaarde. ‘Activisme is nodig om Nederland divers te maken’, zei minister Van Engelshoven vorig jaar. De Europese Unie is het met haar eens en komt met een Gender Equality Plan. Vanaf volgend jaar gelden bindende subsidievoorschriften om het onderwijs meer divers en inclusief te maken. Er moeten meer vakken worden aangeboden rond diversiteit, genderongelijkheid en ’intersectionaliteit’ met als kernthema´s slachtofferschap en onderdrukking. Het hoger onderwijs moet volgens Van Engelshoven af van de ’individuele, hiërarchische en competitieve cultuur’ die ’voedingsgrond is voor uitsluiting en isolatie van groepen’. Kennelijk moet voor dit hogere doel het bestaande curriculum dwangmatig worden aangepast. Dit is in essentie een totalitaire opvatting. Opvallend genoeg lijken de voorstanders van de aanpassingen hierin geen absolute grens te zien, die je beter niet kunt passeren.

Strijd tegen onderdrukking

Naast deze dubieuze werkwijze waarbij belangrijke, liberale waarden van een vrije westerse samenleving moeten wijken voor een hoger doel is er nog een andere reden tot zorg.  Volgens van Engelshoven moet  de ideale wetenschapper `niet langer als wit, man, energiek, passievol, altijd beschikbaar, gezond en zonder zorgtaken’ worden gezien. Het is beangstigend dat de Europese Unie en Van Engelshoven niet eens verhullen, dat achter het idealisme van diversiteit en inclusie een stellige overtuiging schuil gaat van bevrijding van onderdrukten onder het juk vandaan van hun onderdrukkers met ongelijkheid van uitkomst als sluitend bewijs voor onrecht. Tegenwoordig is de term `uitsluiting´ meer gangbaar dan `onderdrukking´ maar dit is slechts een semantische aanpassing. Het slachtofferschap van bepaalde groepen is een gegeven, het daderschap van andere groepen dus ook.  

Ongelijkheid van uitkomst

De recente geschiedenis heeft laten zien, tot welke catastrofes de overtuiging kan leiden, dat ongelijkheid van uitkomst een gevolg is van onderdrukking of uitsluiting. Een bekende quote van Lenin is: `Vrijheid in de kapitalistische wereld is hetzelfde als het was in de Griekse Oudheid: vrijheid voor slavendrijvers.´ Deze mooie woorden staan in schril contrast met de verschrikkingen en miljoenen slachtoffers van het communistisch regime. Van Mao Zedong komt de gevleugelde uitspraak: `Mannen gaan gebukt onder drie bergen van uitbuiting: imperialisme, militarisme en kapitalisme maar vrouwen onder vier, omdat zijn ook nog uitgebuit worden door de mannen.´ Er vielen onder het bewind van Mao Zedong in China 60 miljoen doden. `Gelijke rechten op gezondheidzorg, onderwijs, werk, voedsel, veiligheid, cultuur, wetenschap en welbevinden -dit zijn de rechten waarvoor wij onze strijd begonnen naast de rechten die voortkwamen uit onze dromen over rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid voor alle inwoners van onze wereld- is wat ik iedereen toewens.´ Deze uitspraak is afkomstig van communistisch dictator Fidel Castro. Mooie woorden met als resultaat: armoede, angst en honger onder de bevolking. Nobele doelen voorspellen vaak weinig goeds voor de praktische uitvoering. Gelet op de gelijkenissen met deze voorbeelden zou je toch verwachten dat onze liberale overheid het diversiteitsactivisme enkel uiterst voorzichtig en met waarborgen omkleed zou benaderen. Het is dan ook best verrassend dat deze ideologie zonder slag of stoot is doorgestroomd tot het centrum van de macht.

Waar ligt de grens?

Nu is hét grote nadeel van voorbeelden, dat het onherroepelijk leidt tot onenigheid over de toepasselijkheid van deze voorbeelden. Vaak bepaalt je eigen verhouding tot het standpunt waarop het voorbeeld betrekking heeft ook of je de analogie van het voorbeeld accepteert. Helaas ontbreekt in dit geval het beslissende argument. Want zeg nu eerlijk: als de grens niet ligt bij het respecteren van de beginselen van een vrije samenleving, waar ligt die grens dan wel? Bij het de-platformen van kritiek?  Bij geen uitkeringen voor blanke werklozen? Bij boetes of intrekking van vergunningen voor bedrijven die niet voldoen aan de vigerende diversiteitsvoorschriften?  Bij aansprakelijkheid voor immateriële schade wegens het passeren van een leverancier van kleur? Bij vervolging van opruiers die de stabiliteit van het land in gevaar brengen door kritiek te uiten op de overheid? Bij een controlerend orgaan, dat de diversiteit controleert en direct corrigerende straffen kan opleggen aan overtreders? Bij heropvoedingskampen voor blanke mensen? U mag het zeggen, waar ligt voor u de grens? En wie trapt er op de rem als die grens is bereikt?

The art of moral protest

In zijn boek `The art of moral protest´ besteedt de vooraanstaande socioloog James Jasper ruim aandacht aan het probleem van het ontbreken van een grens. Hoewel Jasper over het algemeen positief is over de effecten van sociale bewegingen, benoemt hij ook de grote risico´s die hun ontwikkeling met zich mee kan brengen. Hij noemt de Rode Khmer in Cambodja als voorbeeld. Aan het begin verschilde de Rode Khmer niet veel van andere sociale bewegingen. De verschillen werden echter groter toen zij de macht snel in handen kregen. Zij konden daardoor hun idealen direct en zonder enige tegenmacht verwezenlijken, waarbij twee miljoen van de zeven miljoen inwoners het leven lieten. Jasper geeft als advies, dat een beweging er niet naar zou moeten streven om haar vaak inderdaad uiterst radicale idealen absoluut te realiseren. Prima advies maar voor activisten inherent onuitvoerbaar. Ook mevrouw Van Engelshoven en de Europese Unie geven er geen blijk van zich voldoende bewust te zijn van de gevaren van de sociale beweging van de diversiteitsideologie. Vooralsnog lijken zij zich blind te staren op de nobele doelstelling van de bestrijding van onrecht en uitsluiting van groepen. Het is te hopen dat zij bij zinnen komen, voordat het te laat is. Paul Scheffer eindigde zijn essay met de woorden: Het multiculturele drama dat zich voltrekt is dan ook de grootste bedreiging voor de maatschappelijke vrede. Hij had het vandaag opgeschreven kunnen hebben.

Hein van Zijll Langhout

View all posts

1 comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Zorgelijk als de overheid ( geen kunstenaars dus) zich gaan bemoeien met kunst. Overheid en Europese unie trekken een veel te grote broek aan en hebben een oplossing voor iets wat geen probleem is. Goed stuk!