In zijn zelfhulpboek `Verslaafd aan liefde´ beschrijft Jan Geurtz een fenomeen, dat hij een contraproductieve reflex noemt. Hij doelt hiermee op een handeling die het tegengestelde effect heeft van wat je ermee beoogt. Vanwege je angst om afgewezen te worden, ga je je juist zo gedragen dat je afgewezen wordt, waardoor je de volgende keer nog banger bent. Door een sterke behoefte aan geborgenheid, stoot je de ander juist af, waardoor je nog sterker op zoek gaan naar geborgenheid met nog meer afstoting als gevolg, enzovoort. Geurtz vergelijkt het met het krabben aan een muggenbult, de jeuk wordt alleen maar erger. Als je er éénmaal oog voor hebt dan regent het contraproductieve reflexen, ook op politiek en maatschappelijk niveau.

Contraproductief idealisme

Regelgeving met een idealistisch motief heeft uitzonderlijk vaak de signatuur van een contraproductieve reflex. Ik noem een paar voorbeelden. Als gevolg van `defunding the police´ wegens politiegeweld tegen zwarte burgers is de criminaliteit in Amerikaanse steden geëxplodeerd, waarvan juist zij het slachtoffer zijn. Complex asielrecht zorgt juist voor schrijnende situaties onder vluchtelingen. Regels die marktwerking verhinderen, zorgen juist voor een werkloze onderklasse. Mensen met een exotische achternaam worden minder snel uitgenodigd op een sollicitatiegesprek, omdat de werkgever bang is om bij een arbeidsconflict te worden beticht van racisme. De uitstoot van het productieproces en afval van biomassa, windmolens, zonnepanelen en accu´s overtreft de uitstoot van de hiermee bespaarde fossiele brandstoffen. Aan de intenties ligt het niet. Het tegengaan van onrecht, ongelijkheid en giftige uitstoot zijn nobele doelen, we hebben de morele plicht om ons hiervoor in te zetten. Tegelijkertijd is het risico op een contraproductieve reflex levensgroot.

Goed maatschappelijk gedrag

Ik moest hieraan denken toen ik las over de oproep van het CDA en D´66 aan het kabinet om te onderzoeken hoe bestuurders kunnen worden gestimuleerd tot goed maatschappelijk gedrag van de ondernemingen. Zij maken zich zorgen over de polarisatie tussen bedrijfsleven en samenleving. Met deze `verkennende studie´ willen partijen zekerstellen dat bestuurders in hun besluitvorming niet alleen financieel-economische, maar ook maatschappelijke belangen meewegen. D´66-kamerlid Joost Sneller zegt hierover: ´We willen kijken hoe die brede belangenafweging beter in de wet kunnen borgen, zodat bedrijven hun beslissingen over het sluiten van fabrieken of investeringen in een gasveld in een context plaatsen. Je kunt dat rentmeesterschap noemen of toekomstbewaking.´

Het tegenovergestelde gebeurt

Een wettelijk gebod waarin de open norm van een brede maatschappelijke belangenafweging wordt opgenomen zou er dus voor moeten zorgen, dat bestuurders van bedrijven dit ook echt gaan doen en hierdoor de polarisatie afneemt. Waarschijnlijk gebeurt juist het tegenovergestelde. Door in te willen grijpen met regelgeving, wordt het vijandbeeld dat `de samenleving´ van bedrijven heeft alleen maar bevestigd en versterkt. Bestuurders van bedrijven nemen zelf geen verantwoordelijkheid meer, want ze zijn gedegradeerd tot `uitvoerders van een maatschappelijke agenda.´ Ze stellen zich defensief in plaats van coöperatief op jegens iedereen die meent een maatschappelijk belang te dienen. Juristen timmeren de motivatie op de besluitvorming zodanig dicht dat te allen tijde wordt voldaan aan de voorschriften van een brede belangenafweging (zonder dat anderen dan de aandeelhouders er beter van worden). De sluiting van de fabriek van Philip Morris in Bergen op Zoom is dan niet ingegeven door een aandeelhoudersbelang maar door het maatschappelijke belang van minder roken. Deze farce voedt vervolgens weer het wantrouwen van de samenleving in bedrijven. Met weer meer dwingende maatregelen en een activistische rechterlijke macht als gevolg, waardoor het allemaal steeds vijandiger wordt met onteigening of emigratie als eindspel. En daar is hij dan: de contraproductieve reflex. Zonder het zelf in de gaten te hebben wakker je de polarisatie juist aan en komen bedrijven nog verder af te staan van de samenleving (althans van degenen die pretenderen namens de samenleving op te treden).

Muggenbult

Maar wat kun je dan wel doen? Niets doen is een serieuze optie. Volgens de initiatiefnemer Jaap Winter, hoogleraar ondernemingsrecht aan de UvA, is op dit moment het aandeelhoudersdenken dominant. Dat is logisch, de aandeelhouders zijn immers de indirecte eigenaren van het bedrijf. Zij zullen hun investering subiet terugtrekken als hun belang geen prioriteit krijgt. Bovendien was ook bij het Philips uit de jaren vijftig -waar Klaas Dijkhoff graag aan refereert- het aandeelhoudersdenken dominant. Alleen toen was de aandeelhouder net zoveel `Eindhoven´ als het bedrijf zelf. Tegenwoordig zijn door de globalisering de aandeelhouders steeds internationaler geworden zonder veel binding met de omgeving waar de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Dit kan natuurlijk gaan schuren met de plaatselijke context, deze klacht is de essentie van het anti-globalisme. Tegelijkertijd zien we een sterke tendens bij aandeelhouders om eisen te stellen aan de manier hoe het rendement wordt verkregen. Kijk bijvoorbeeld naar Follow this, een initiatief om aandeelhouders te verenigen in een klimaatoproep aan Shell. Dit geldt ook voor klanten, werknemers, toeleveranciers, banken en andere stakeholders. Het rigide idee dat het aandeelhoudersbelang enkel bestaat uit winstmaximalisatie ten koste van anderen, is een marxistische basisassumptie die geen recht doet aan de meeste aandeelhouders en ook niet aan de complexe realiteit waarbinnen verantwoordelijke en integere bestuurders van grote bedrijven hun beslissingen moeten nemen. Erger nog, deze discutabele aanname leidt tot een contraproductieve reflex met grote schade voor de samenleving. Het dringende advies is dus eigenlijk hetzelfde als met een muggenbult: het gaat alleen over als je er vanaf blijft.

Hein van Zijll Langhout

View all posts

Add comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *