In het programma Op1 zag ik Joost Eerdmans debatteren met Arnon Grunberg en Abdelkader Benali over het maatschappelijk probleem van overlast door Marokkaanse jongens. Het was een knap staaltje langs elkaar heen praten. Iets wat je niet verwacht van deze intelligente, integere mensen maar wat wel vaker gebeurt bij dit onderwerp. Het werd ondanks de welbespraaktheid van de tafelgenoten een jammerlijke herhaling van zetten. Maar ja, als je het -zonder dit zelf in de gaten te hebben- niet over hetzelfde hebt, dan kun je het ook moeilijk met elkaar eens worden.

Giftige taal

Aanleiding van de discussie was een passage in de 4 mei-lezing van Grunberg, waarin hij stelt dat de manier waarop bepaalde politici op dit moment over Marokkanen praten, vergelijkbaar is met de wijze waarop destijds over de joden werd gepraat. Hij citeert Primo Levi: ‘Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens niet beoordeelt naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort’. In de uitzending voegde Grunberg hier nog aan toe dat taal giftig kan zijn. Je hoeft in de term ‘Marokkanenprobleem’ alleen maar ‘Marokkanen’ te vervangen voor ‘Joden’ en je ziet wat ervan zou kunnen komen. Er werd destijds immers ook gesproken over het Jodenprobleem. Grunberg maakt zich zorgen over het geleidelijk normaliseren van weerzinwekkende ideeën met als risico dat het onvoorstelbare realiteit wordt. Of zoals de koning op een lege Dam het schetste: “Sobibor begon in het Vondelpark.” Je kunt het hier toch onmogelijk mee oneens zijn?

Islamisering

Als Eerdmans goed had geluisterd dan had hij waarschijnlijk ook meer begrip kunnen opbrengen voor de zorgen, zoals geuit door Grunberg. Immers, zijn eigen zorgen over de islamisering van de samenleving zien op hetzelfde patroon: het via kleine stapjes normaliseren van islamitische gebruiken en verboden met als ultieme doembeeld een sharia in Nederland. Dat grote humanitaire rampen via geleidelijke normalisering van verwerpelijk gedachtengoed kunnen ontstaan, lijkt dus helemaal niet ter discussie te staan. Kennelijk is het bijzonder lastig om dezelfde patronen te herkennen als de sociaal-emotionele betrokkenheid per onderwerp zo verschilt.

Aanval

Voor Eerdmans spreekt dat het geen sinecure is om goed te blijven luisteren, als je de indruk hebt dat je aangevallen wordt. Grunberg deed ook niet echt zijn best om die indruk bij Eerdmans weg te nemen, bijvoorbeeld door begrip te tonen voor het lastige parket waarin politici zich dan bevinden om realistische zorgen over immigratie en islamisering bespreekbaar te maken. Dit bemoeilijkt helaas een goed gesprek. Iemand met een exceptioneel taalgevoel als Grunberg zou beter moeten weten. Hij is een genie maar met menselijke trekjes, gelukkig.

Negatief daglicht

Benali mengt zich ook in de discussie met zijn eigen begrijpelijke frustratie als vertrekpunt. Waarom telkens een hele bevolkingsgroep in een negatief daglicht stellen als het om een kleine minderheid gaat? Het voelt als prijsschieten op de Marokkanen, terwijl andere bevolkingsgroepen met subversieve elementen in hun midden, die aandacht en retoriek niet voor hun kiezen krijgen. Redelijke vraag, die ook anderen dan een gerespecteerd schrijver van Marokkaanse komaf zich zouden mogen stellen. Ik ben ook nog steeds verbaasd over de beperkte maatschappelijke verontwaardiging over de woekerpolisaffaire. Die schade valt door de bontkraagjes op scooters echt niet bij elkaar te jatten.

Vervuiling

Toch vervuilt Benali, geholpen door Sophie Hilbrand, de discussie. Het gaat Grunberg en Eerdmans immers niet om de grote meerderheid. Hun debat gaat over het risico van normalisering van gevaarlijk gedachtengoed versus de noodzaak voor effectief ingrijpen van het benoemen van een groep, waarvan individuele criminelen deel uitmaken.

Frustratie

Benali heeft trouwens niet als enige reden tot frustratie. Eerdmans loopt al mee sinds de tijd van Pim Fortuyn. Sindsdien moet hij uitleggen dat hij geen racist is maar dat hij enkel het probleem van crimineel wangedrag wil aanpakken. Hij kan er ook niets aan doen dat de daders vaak Marokkaans-Nederlandse jongens zijn (meisjes niet) . Ga er maar aan staan. Nooit wordt hem tegengeworpen dat hij het probleem overdrijft, dat het best meevalt met de Marokkaans-Nederlandse jongens. Nooit kan hij een debat voeren over de aanpak van het probleem van bovenmatige overlast door die jongens zelf. In plaats daarvan moet hij zich telkens verantwoorden voor de manier waarop hij dit probleem bespreekbaar maakt. Dat hij stigmatiseert of dat hij moet uitleggen waarom het niet relevant is dat ook Nederlandse jongens slechte dingen doen. Hoeveel drogredenen kan een mens verdragen? Aan de andere kant zou Eerdmans zelf ook een keer wat anders kunnen proberen. Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.

Stel de juiste vraag

Grunberg vecht tegen normalisering, Benali vecht tegen stigmatisering en Eerdmans vecht tegen demonisering. Dit is niet één onderwerp, maar dat zijn drie onderwerpen, die allen aandacht verdienen. Er is geen tegenstelling maar een spanningsveld. Grunberg had aan Eerdmans kunnen vragen: hoe kan ik mijn appel op politici om zorgvuldig met taal om te gaan adresseren zonder dat ik het verwijt krijg dat ik hen beperk in hun opdracht om ook gevoelige, maatschappelijke problemen aan te kaarten en op te lossen? Eerdmans had aan Grunberg kunnen vragen: hoe voer ik mijn opdracht uit om ook gevoelige, maatschappelijke problemen te benoemen en op te lossen zonder dat ik bijdraag aan normalisering van gevaarlijk gedachtengoed? Eerdmans had aan Benali kunnen vragen: hoe kan ik mijn opdracht uitvoeren om ook gevoelige, maatschappelijke problemen te benoemen en op te lossen zonder dat ik daarbij mensen tekort doe of stigmatiseer? Benali had aan Eerdmans kunnen vragen: hoe kan ik mijn appel op politici om niet te stigmatiseren adresseren zonder dat ik het verwijt krijg dat ik hen beperk in hun opdracht om ook gevoelige, maatschappelijke problemen aan te kaarten en op te lossen? Je maakt iemand immers geen deelgenoot van jóuw probleem door hem of haar de maat te nemen.

Begrip kweken

Omdat Grunberg, Benali en Eerdmans het niet lukt om wederzijds begrip te kweken, terwijl ze elkaars inhoudelijke standpunten niet eens zozeer lijken te bestrijden, transformeert het spanningsveld tussen meerdere onderwerpen vanzelf in een tegenstelling op één onderwerp. Met polarisatie en zij-wij-denken als onvermijdelijk gevolg. Dat is mijn punt van zorg.

Hein van Zijll Langhout

View all posts

1 comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Wow goed verwoord! Hulde voor het determineren van een exemplarisch probleem in zowel media als politiek. Meer van dit!