Een vraag stellen valt niet mee.

Vandaag, 29 juni 2020, was om 11.00 op BNR Nieuwsradio het radiodebat over de coronamaatregelen tussen viruskenner Ab Osterhaus en underdog Maurice de Hond.  Ab Osterhaus is een gepensioneerd ogende viroloog (en inmiddels ook vinoloog, afgaand op de vele glazen wijn die hij in alle praatprogramma´s soldaat heeft gemaakt). Maurice de Hond is een datafreak met een klokkenluidersprofiel: hij heeft altijd gelijk maar krijgt het nooit.

De radioshow heet Ask me Anything en staat onder leiding van Jörgen Raymann. Raymann is de ongekroonde koning  van de liefdevolle confrontatie. Hij is scherpzinnig maar ontbeert persoonlijke scoringsdrift. Onder zijn leiding toonden de twee gasten aan dat je prima op een volwassen manier met elkaar van mening kunt verschillen.

In de kern stelt De Hond dat kleine vochtdruppeltjes in de lucht, aerosolen,  zorgen voor besmetting. Buiten en in goed geventileerde ruimtes waaien deze snel weg waardoor het besmettingsgevaar verwaarloosbaar is. Superspread-events waren allemaal binnen in slecht geventileerde ruimten, daarom hebben de drukte op Hemelvaartsdag en het BLM-protest niet tot grote uitbraken geleid. Hij vindt de huidige maatregelen schadelijke bangmakerij, vergelijkbaar met een regelmatig omroepbericht op Schiphol, dat ieder vliegtuig kán neerstorten. Ik vind de argumentatie van De Hond overtuigend. Dit rijmt niet met mijn vertrouwen in de wetenschap. Er worden hoge eisen gesteld aan wetenschappelijk bewijs. Als De Hond gelijk heeft dan waren ze daar zelf toch ook wel achter gekomen, zou je zeggen. Het kan er wel mee te maken hebben dat de empirische benadering van De Hond in medische kringen erg laag staat aangeschreven, omdat -simpel gezegd- je eruit krijgt wat je erin stopt (alle zwanen waren ook wit, totdat ze een zwarte zagen).

Volgens Osterhaus heeft De Hond een goed punt maar is dit goede punt helemaal niet nieuw en niet het hele plaatje. De waarschuwingen en maatregelen zijn proportioneel. Beleidsmakers kunnen volgens Osterhaus geen enkel risico nemen en de anderhalve meter afstand is bewezen effectief. Ik denk: mondkapjes waren waarschijnlijk ook bewezen effectief geweest, als de anderhalve-meter-maatregel niet zou zijn ingesteld. Ik diskwalificeer deze uitleg van Osterhaus daarom als geldig tegenargument. Mijn conclusie: het succes van de anderhalve-meter-regel weerhoudt beleidsmakers ervan om oplossingen met minder schadelijke bijwerkingen een kans te geven. Bovendien kan ik mij enige weerstand van de gebrevetteerde wetenschappers wel  voorstellen. Het grootste compliment aan een wetenschapper is een vraag te stellen op zijn/haar vakgebied. De grootste belediging is een antwoord te geven op zijn/haar vakgebied. Zeker als dit antwoord komt van een googelende outsider die zelf geen enkele formele verantwoordelijkheid draagt.

Wending in de trant van From Dusk Till Dawn (snel en onverwacht)

Terwijl ik mijn gedachten orden, luister ik aandachtig verder. Dan breekt plotseling het moment aan dat het format van het programma zich wreekt, tenzij je een onbedaarlijke lachbui als luisteraar een passende afsluiting vindt. In Ask me Anything kunnen luisteraars bellen en in de uitzending een vraag stellen aan één van de gasten.  Ik vermoed dat dit format bekend is bij een select groepje mensen, dat iedere maandagochtend rond de klok van 11.30 over elkaar buitelt om in de ether te komen. Veelbelovend begint de eerste beller met: `Met Robbert, ik heb een vraag voor Ab Osterhaus.´ Vervolgens steekt hij van wal: `Ab Osterhaus zegt iedere keer dat het dramatisch is, daar word ik  bang van en andere mensen ook, de cijfers zijn niet dramatisch, influenza had vorig jaar veel meer doden daar hoor je nooit iemand over.´ Raymann grijpt in: `Robbert even kort, wat is je vraag?` Robbert verpakt zijn mening vervolgens als vraag: `Waarom wordt telkens gedaan alsof het dramatisch is, terwijl het niet dramatisch is?´ Mijn lachspieren beginnen zich te profileren. Osterhaus antwoordt dat hij een pandemie met 500.000 doden best dramatisch vindt (terwijl mijn lachstuipen zich in een serieus voorstadium beginnen te bevinden). Raymann probeert het met een tweede beller: meneer Beckers. De heer Beckers pretendeert niet eens een vraag te hebben voor Ab Osterhaus. Hij komt binnen met de opmerking: `Ab, je cijfers kloppen niet.´ Raymann repliceert direct: `Waar haal jij je cijfers dan vandaan als die van Osterhaus niet kloppen?´ Wat blijkt: van Maurice de Hond!. Op dat moment begin ik blauw te worden maar ik wil niets missen van dit unieke levenscabaret en probeer mij te beheersen. Het enige dat meneer  Beckers nog kan uitbrengen is dat hij die Osterhaus een verschrikkelijke man vindt. Daar heb je dan een stuk of acht belpogingen voor ondernomen, meneer Beckers kan toch onmogelijk tevreden zijn met dit resultaat. Mijn bewondering voor het geduld van Raymann zorgt ervoor dat ik verder kan luisteren. En dat wordt beloond: Osterhaus  geeft uitgebreid en serieus antwoord aan de man die hem net een verschrikkelijke man heeft genoemd. Ik vind het knap van Osterhaus maar ook potsierlijk en erg grappig.

Eigenlijk is Perry de volgende beller maar die is weg dus gaan we naar Kitty. Kitty pakt haar kans. Ze begint een onsamenhangend verhaal, terwijl de verbinding slechter en slechter wordt. Raymann probeert: `Wat is je vraag Kitty want we hebben weinig tijd, wat is je vraag Kitty?´ Kitty praat verder maar stelt geen vraag. Koelbloedig grijpt Raymann in: `Kitty, de verbinding is slecht en je komt niet tot je punt, ik ga je overslaan´. Tot zover het radio-optreden van Kitty.

Fred is de volgende beller. `Dag Fred, wat is je vraag?´, vraag Raymann zonder verwachting. Wat er dan gebeurt is ronduit gênant. Fred zegt: `Allereerst wil ik effe Maurice de Hond bedanken voor zijn corona-inzet en hem condoleren met het verlies van zijn zoon want dat vind ik wel zo netjes.´ Je zou Maurice de Hond maar zijn en in een studio met Raymann en Osterhaus live op de radio gecondoleerd worden met het verlies van je zoon door ene Fred. Mijn lachstuipen worden nu vergezeld door plaatsvervangende schaamte. Korzelig vraagt Raymann aan Fred of hij nog een vraag heeft. Fred begint een verhaal van de WHO naar Bill Gates naar het RIVM maar geen vraag. Raymann begint nu echt pissig te worden, Hij kapt Fred af en smeekt Osterhaus om de vraag van Fred te beantwoorden. Osterhaus maakt het gelukkig niet zoveel uit of er daadwerkelijk een vraag gesteld is, hij heeft de afgelopen maanden geleerd om gewoon stug door te praten. Raymann kan zich voorbereiden op de volgende beller. Dat is Ton. In zijn verontwaardiging over de resultaten van Duits pathologieonderzoek vergeet Ton een vraag te stellen. Raymann vergeeft hem en vraagt hem: `maar Ton, wat is je vraag?´. De volgende beller John staat op de zeepkist: `Je hoort van alles over medicijn dit en vaccin dat maar er komt maar niks. Ze zeggen van alles maar´. Raymann  moet weer aan de handrem trekken: `Wat is je vraag John, wat is je vraag?´ John roept het uit: `Komt er ooit een vaccin?´ Robotmatig beantwoordt Osterhaus ook deze vraag en het is duidelijk dat er nog veel onzekerheid is.

Maar liefst 100% van de bellers die zijn doorgedrongen tot het live radioprogramma Ask me Anything  is het niet gelukt om spontaan een vraag te stellen. Ik betwijfel of De Hond blij is met de steun van deze bellers. Ik lach en hoop dat dit radioprogramma altijd zal blijven bestaan en dat Raymann het blijft presenteren. Al zou ik hem ook begrijpen als hij er een keer mee zou stoppen.

Hein van Zijll Langhout

View all posts

Add comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *